|
|
India en NepalDinsdag 24 augustus 2010, 19:52 uur:De laatste week in Nepal is aangebroken en Elleke en ik zijn moe van twee busreizen, van elk ongeveer 10 uur. De delen van onze reis lijken voor een deel los te staan van elkaar: alsof we vorig jaar in de zomer in Pokhara aan het meer zaten en cocktails dronken en alsof we weken geleden in het klooster in Kathmandu waren. De ervaringen zijn zo verschillend dat je tijdsbesef tekort schiet. Ik vond het in eerste instantie ook lastig om iets over Nepal in het algemeen te schrijven. Van India had ik al een duidelijker beeld: vooral wat betreft wat ik ervan vind. Sinds ik er deze keer was ben ik er veel positiever over gaan denken en voel ik ook weer wat me echt aanspreekt aan het land. Voor ik weer ging kon ik dat moeilijk uitleggen. Ik had ook moeite met de commerciele en materialistische instelling van sommige Indiase mensen, en met de gelatenheid t.o.v. hun eigen lot en vaak dat van anderen. Aan het einde van mijn verblijf twee jaar geleden had ik een gesprek met een Indiase yoga-leraar die zei dat volgens hem de spiritualiteit in India aan het verdwijnen was. Dat was in Mysore, na een bezoek aan Bangalore. Ik kan nu ook zeggen, als ik terugkijk, dat dat geen prettige steden zijn en dat die toen aan het einde van mijn verblijf me wat teleurstelden. Het noorden van India vind ik veel leuker: steden als Varanasi, Dharamshala & McLeodGanj en Jodhpur. Udaipur en Jaisalmer heb ik meer beleefd als een soort plaatjes, als vakantie-oorden. Daar kwam ik ook veel stelletjes tegen en mensen met een andere reisinstelling dan ikzelf. Vanaf Amritsar was dat veel minder. Noord-India is harder en drukker dan het zuiden, heb ik gehoord, maar ik heb het niet zo gemerkt. Door de moesson heb ik ook nooit in Goa aan het strand gelegen en door de backwaters van Kerala gevaren, dus misschien kan ik Noord- en Zuid-India wat dat betreft ook niet vergelijken. :-) Ik heb nu vooral het moois van Noord-India gezien, de religieuze beleving van mensen in Amritsar en Varanasi en de rust en (soms) sereniteit in McLeodGanj. Amritsar als stad sprak me weinig aan, door de drukte, hitte en onvriendelijkheid die me overvielen als ik daar over straat liep, maar die vormden een sterk contrast met de cycle-rickshaw-drivers die steeds met een vriendelijke en ontwapenende lach en gebroken Engels gesprekken met je wilde voeren als je achterop zat en de sereniteit van de golden temple en de mensen die zich daar omheen verzamelden. Ook Varanasi was enorm druk en er is heel veel hassle en commission, waardoor je goed moet opletten (dat schreef ik al eerder). Een man die ik niet van me kon afschudden wilde bijvoorbeeld tien rupees omdat hij zogenaamd een rickshaw voor mij had geregeld, die ik zelf had aangesproken. Hij wurmde zich ertussen om uit te leggen waar ik heen wilde en ik ben boos weggelopen. Tegelijkertijd bevind je je door de drukte van Varanasi ook middenin het leven van de mensen, bijvoorbeeld van de hindoes die na een pelgrimstocht in oranje kleding (de heilige kleur) en versierde bamboestokken op weg zijn naar de Ganges, om zich daar onder te dompelen. Toen ik ruim vier weken geleden in India aankwam had ik het voornemen om een soort onverstoorbare koe te worden. Ik hoopte dat ik net als de arme koeien hier, het getoeter in mijn oren zou kunnen negeren en dat ik bij wijze van spreke op straat zou kunnen zitten, terwijl het verkeer naar wegen zocht om mij te ontwijken. Maar zo is het nog steeds niet. India blijft een heftig land, waar alle geluiden en de mensen om je heen soms even te veel zijn. Maar die ongemakken maken het - als je probeert dit goed te doseren en je flexibel op te stellen - niet minder mooi of interessant. Wat de commercialiteit of het materialisme betreft: het is niet zo dat die er niet zijn, of dat daaronder altijd een authentieke, spirituele laag te vinden is (zoals ik al schreef). Er zit niet altijd iets onder... soms wel, soms niet. En toch! Toch mag ik de mensen graag en heb ik het gevoel dat ze warm zijn en dat veel vanuit hun hart komt, en dat ze vaak ook veel ruimte hebben voor anderen. Je kunt ze vaak de commecialiteit vergeven, hoewel het ook vaak doodvermoeiend is en het echt contact in de weg staat. Mannen die je ontmoet blijken ook vaak iets van je te willen (onschuldige dingen zijn dat ze ineens andere dingen te doen hebben als je zegt dat je een vriend hebt, of na een leuk en interessant gesprek de volgende dag heel stoer doen, als je hebt afgesproken om een tempel te gaan bekijken). Het blijft een van de nadelen van reizen als vrouw(en), omdat het ook steeds zo bepalend is voor het contact. Meestal is het eerder storend dan bedreigend. Samenvattend blijft de ervaing van India blijft voor een deel dubbel, maar ik heb er nu vooral een erg positief gevoel over. Terug naar het heden! Wij zitten in een internetcafe in Bouddhanath, een stad vlakbij Kathmandu die ik al eerder genoemd hebt. Bij aankomst in Kathmandu ben ik er even geweest en nu verblijven we hier in in Lotus Guest House. Heel anders dan in Thamel, heb je hier als je over straat loopt het gevoel dat je je gewoon tussen de mensen kunt mengen. Het verschil tussen de toeristische en niet-toerische delen in Nepal is veel groter dan in India en de toeristische delen doen Wetsterser aan (dat maakt het relaxed, maar ook minder interessant). Deze ervaring hadden we ook toen we in een family-home logeerden vlakbij Triten Norbutse Monastery. We hebben daar in een klein hotel/restaurantje ook een erg leuke en bijzondere Tibettaanse vrouw ontmoet, die het restaurant zelf runde. Zij had haar broers in Tibet moeten achterlaten, en er was geen mogelijkheid ze nog te bezoeken. Het is dan hartverwarmend als iemand toch zo liefdevol is en geinteresseerd in anderen. Na Kathmandu zijn we naar Manakamana gereisd, een dorp in de bergen bereikbaar met een kabelbaan. Boven in het dorp was een mooie tempel en mooie uitzichten over de bergen. Daarna was ik zo moe dat in het restaurant het gevoel had dat ik wel om kon vallen op tafel - die moeheid hebben we hier vaker, vooral na lange busreizen - en we zijn om acht uur gaan slapen. In Pokhara hebben we een paar nachten doorgebracht aan de lakeside en daarna in Begnas Tal, een aangrenzend dorp met twee meren. In Begnas Tal werden we meer aangestaard dan op andere plekken, en op een indringendere manier. Daarnaast had de hoteleigenaar 's avonds teveel gedronken en zijn we snel naar onze kamer gegaan. Op zulke momenten zijn we blij dat we gelijk de volgende dag verder kunnen reizen. Hierna is onze reis in een stroomversnelling gekomen, waarbij je het woord stroomversnelling dubbelzinnig kunt opvatten. Na een kort bezoek in Lumbini, de geboorteplaats van de Boeddha (563 BC), kregen we het hier benauwd vanwege het stijgende water. Bij aankomst stond het water al een of aan halve meter beneden het wegdek en zagen we twee kleine huizen die binnen vol stonden met water. We hoorden ook dat er mogelijk in de binnenlanden weer strikes zouden komen van Maoistische rebellen. 's nachts werden we wakker tijdens een enorme regenbui en toen besloten we dat het zo genoeg was, dat we het risico niet wilden nemen en terug wilden naar Kathmandu. Om vier uur 's nachts hebben we bij kaarslicht - stroom en internet waren vanwege de overstromingen al twee dagen niet beschikbaar - onze tassen ingepakt. Elleke heeft zich toen vergist en twee rokken klaargelegd voor de volgende dag, waardoor zij uiteindelijk in haar pyjama de bus in moest. Hier hebben we ontzettend om gelachen. We denken niet dat iemand het door had: de pyjama past prima in het loose-fitting style die hier gebruikelijk is. Gisteravond hebben we in Bouddha een Lotus Guest House gevonden, midden tussen de Tibettaanse kloosters die de Boudha Stupa omringen. Vannacht hoorden we de bellen van het klooster rinkelen. Gisteravond en vanochtend hebben we gegeten in een klein Tibettaans restaurantje met alweer zo'n lieve vrouw. Vanochtend wees ik haar erop dat er een kleine kakkerlak zat in het folie dat haar rekenmachine beschermt: Did you know that someone is living inside? Elleke zei dat het waarschijnlijk de rain-protection was die de kakkerlak daar zocht. Daar moest zij erg om lachen en maakte een gebaar van iemand die zichzelf beschermt tegen de kou. Het is fijn om af en toe vrouwen te ontmoeten die zelf een retaurant runnen (zoals ook hier in de bergen vaak het geval is, vrouwen hebben dan een zelfstandigere rol dan over het algemeen), het is fijn om te zien dat zij eigen initiatieven hebben en zichzelf redden, en ook is het makkelijker om contact te leggen. De olifantensafari in Chitwan die we hebben overgeslagen hoeven we niet te betreuren. Ik vind het fijn om hier te zijn: ik geniet van de sfeer. En vanuit Kathmandu zijn er veel uitstapjes mogelijk naar omliggende plaatsen, zoals Bhaktapur. En we overwegen te gaan bugyjumpen in een kloof van 180 m. diep, maar dat vinden we allebei doodeng!! |
|
|
Kathmandu: Triten Norbutse MonastryZaterdag 14 augustus 2010, 17:20 uur:Namaste! Het was voor mij op 10 augustus een spannende middag op het vliegveld. Ik had steeds het gevoel dat Elleke elk moment kon verschijnen en stond drie uur lang klaar met een glimlach. Toen we elkaar zagen barstten we allebei uit in lachen (omdat het zo moeilijk te bevatten was om elkaar hier te ontmoeten) en vlogen elkaar in de armen. Een paar minuten daarvoor rende een politieagent met een knuppel achter een paar Nepalezen aan. Ik kon het niet goed zien, maar we hebben voor de zekerheid zo snel mogelijk een taxi terug genomen naar Kathmandu Guest House. Conflicten hebben we verder niet gezien. Het enige echt lastige moment waarmee ikzelf te maken kreeg was de ochtend voordat Elleke aankwam. Ik kwam op straat een Indier tegen die vroeg of ik meeging naar Boudha (ook wel Bodnath genoemd), een dorp dat aan Kathmandu vastligt en waar de mooiste Buddha-stupa te vinden is (zie de foto's links als je naar beneden scrollt). De verschillende plateaus van een stupa symboliseren de verschillende stappen op weg naar verlichting. De plaats Boudha is tegelijkertijd een mooie plek voor reizigers om te verblijven. Dagelijks komen er rond 2 ur 's middags veel Boeddhistische pelgrims om te bidden en het gebied is veel minder toeristisch dan Thamel. (Het lijkt ons een mooie plaats om te overnachten tijdens onze laatste dagen in Kathmandu, voordat we eind deze maand terugreizen naar India en naar huis.) Als iemand je aanbiedt om je een plek te laten zien, stel je je altijd de vraag of en wat hij (het is meestal geen zij) van je wil en vaak kun je het wel een beetje inschatten. Als het goed genoeg voelt vind ik het het vaak wel waard het risico te nemen en me vervolgens schrap je zetten als iemand bijvoorbeeld om geld vraagt. Dit keer nodigde de Indier me uit voor thee en hij bleek in een soort sloppenwijk te wonen. De tenten waren relatief schoon en mooi gemaakt. Hij woonde hier met zijn vrouw en twee kleine kinderen met versleten kleren. Ik schrok ervan. Dat was zijn bedoeling. Hij wilde dat ik een 'shoe-shining box' voor hem ging kopen en ik zei dat dat niet mogelijk was. Ik zei dat ik hem wel wat geld kon geven en heb hem omgerekend 5 euro gegeven. Eerst wilde hij het niet aannemen, daarna vroeg hij om meer. De vriendelijke uitdrukking was verdwenen en zijn gezicht was nu totaal blanco, zonder emotie. Die overgang in een gezicht heb ik vaak gezien als zoiets niet doorgaat. Ik hield er een dubbel gevoel aan over. Enerzijds voelde ik me gebruikt, omdat het op zo'n manier moet gaan en je je afvraagt of gewoon contact van mens tot mens niet mogelijk is. Anderzijds snap ik ook dat dat niet is wat hem het meeste interesseert. In elk geval zijn die beide kanten er, en zijn ze niet tegen elkaar weg te strepen. Het is een situatie die je in India - in het klein of in het groot - vaker meemaakt, maar die je soms toch meer raakt dan anders, of waar je dan even geen antwoord op hebt. Ik was blij dat ik net daarna met Gerrit ging skypen, zodat ik alles aan hem kwijt kon. Inmiddels zijn Elleke en ik uit de drukte van de stad ontsnapt. Kathmandu Guest House was een aangename en toeristische plek in Thamel en fijn om aan te landen, maar niet authentiek. Ik ben altijd blij als ik dan na een paar dagen weer weg kan. We zijn verhuisd naar een family house aan de rand van Kathmandu, vlakbij het Triten Norbutse Monastry van de Bon(po), een stroming van het Boeddhisme die al in Tibet was voor het Boeddhisme vanuit India kwam. Floor kent dit klooster en deze stroming, en dat vind ik erg leuk. Aangezien er geen leraren aanwezig zijn, nemen we (vooral ik :) ) vooral deel aan de meditaties en de maaltijden, waarvan de eerste al om half 6 's ochtends. Vanaf het klooster en in het bijzonder vanaf de meditatie-plekken heb je een prachtig uitzicht over de stad. Het nodigt je werkelijk uit om jezelf en de wereld van een afstandje te beschouwen. Ik heb twee boeken gekocht om me zelf in te lezen. In een interview met de lama Kenpo Nyima Wangyal, een van de oprichters van het klooster die inmiddels verhuisd is naar Boudha, las ik alvast iets interessants. Sommige lama's zijn van mening dat een egoless self geen ego heeft, maar de Dalai Lama en Kenpo Nyima Wangyal geloven dat een egoless self een wisdom ego heeft: een ego dat zich niet hecht (aan bijvoorbeeld gedachten of een zelfbeeld), maar dat voorkomt dat we energie verliezen doordat we toch kunnen focussen. Gedachten kunnen van belang zijn, zolang we ons er maar niet aan hechten. Meditatie wil niet zeggen dat er geen zelfbeeld of gedachten meer zijn, maar dat we die niet volgen of ons eraan hechten. Ze komen voorbij en verdwijnen weer. In het boekje lees ik: When you meditate, or introspect, your mind becomes aware of itself. The mind is both the subject and the object of the experiences created by meditation. Dit maakt het ook makkelijk met meditatie te beginnen, vind ik, door mezelf eerst als doel te stellen mijn eigen gedachten waar te nemen en daar dan geen oordeel over te hebben, maar ze echt los te laten. Met het oordeel ontstaat een dualiteit in jezelf. Ik vind het erg fijn in Nepal en kom echt tot rust in bij het klooster en de buitenwijken en heuvels rondom Kathmandu. Elleke en ik hebben ook veel de slappe lach. Misschien is dit nog erger dan anders, doordat je zo intensief samen bent en veel samen meemaakt. Het is in elk geval erg leuk, al hebben we er gister zo slecht door geslapen dat we het ontbijt in het klooster vanochtend hebben overgeslagen. :-) Ik ben ook blij om op een plek te zijn, we nemen de tijd om rond te lopen en dingen te bezichtigen. In mijn eentje zou ik snel de eerste de beste bus pakken en moeite hebben om ergens tot rust te komen, maar nu lukt dat echt. Ik ben ook blij dat ik met dit stukje mijn ervaringen weer wat heb kunnen 'ordenen'. Voor een deel is het een beetje een kaartenbak die je moet bijhouden, met een goede notatie van plaatsnamen, tempels en je eigen beleving. Anders wordt het een grote niet-te-bevatten oersoep. Hoe de reis vanaf nu gaat lopen weten we niet precies. Morgen is het begin van een strike (staking) van al het vervoer aangekondigd, waarvan niet duidelijk is of en hoe lang die zal plaatsvinden. Daarom waren we er gister al zeker van dat we vandaag niet wilden reizen. We hadden ergens kunnen stranden. Zo lang als de strike zal duren, blijven we echter in Kathmandu en stellen we onze plannen voor olifantensafari's en een eendaagse wandeling in de bergen rondom Pokhara nog even uit. Zodra we kunnen reizen, beginnen we waarschijnlijk aan de busreis naar Pokhara, opgedeeld in twee of drie dagen, zodat we de dorpjes onderweg kunnen bekijken. |
|
|
+977980879369Donderdag 12 augustus 2010, 11:24 uur:My telephone number! |
|
|
Varanasi en crossing the borderMaandag 9 augustus 2010, 22:10 uur:Ik ben aangekomen in Kathmandu. Vannacht ben ik samen met twee Nepalezen de grens gepasseerd. De Indiase ambassade sliep al, in de buitenlicht onder een klamboe, maar zijn gelukkig voor mij (en 100 rupees) opgestaan. Dat bedrag vond ik wel acceptabel omdat in de reisgids stond dat ze dicht zouden zijn. De grensovergang bij Sunauli is geen plek waar je lang wil blijven. Het is er 's nachts onverlicht, vreemd en stoffig en je gelooft gelijk de reisgids dat er overdag niets te doen is. Ik had geluk dat ik net over de Nepalese grens een hotel vond, met een onverlichte badkamer waar ik met een zaklamp heb gedouched. Vandaag zat ik vanaf half 7 tot 6 in de bus. Eerst was ik ziek en heb ik zoveel mogelijk geslapen. Maar ik ging me op een dieet van rijst en bananen gelukkig steeds beter voelen en de reis was goed vol te houden. Er kwamen veel mooie berggezichten langs, met in het midden steeds een kolkende bruine rivier waar blauwe stroompjes in uitmondden. Van Kathmandu zelf heb ik nog weinig gezien. Ik ben direct met bagage en alles naar Kathmandu Guest House gegaan, en pas na het eten ben ik de straat op gegaan om een nieuwe sim-kaart te kopen en te internetten. Vergeleken met India is het straatbeeld veel rustiger en ook komt het gebied in de buurt van het guesthouse me veel meer voor als een vakantiebestemming, met muziek, uitgaansgelegenheden etc. Dat komt omdat ik in Thamel zit, het toeristische deel van de stad. Ik denk dat ik dat voor een of twee dagen ook wel fijn vind. :) De laatste stad die ik in India gezien heb is Varanasi. Dit is een plek waar heel veel met commissies gewerkt wordt. Je kunt bij wijze van spreke niemand op straat iets vragen, of hij leidt je naar een internetcafe of een rickshaw en wil zelf een deel van de opbrengst hebben. Tegelijkertijd is het een heel indrukwekkende stad, omdat de beleving van mensen zo naar voren komt in de optochten (van Hindoes in het Oranje), het baden in de heilige Ganges (die geheel vervuild is...), de verbrandingen van overledenen en de manier waarop er gezongen wordt in bijvoorbeeld de Monkey-tempel. Ik moet nu stoppen, ze gaan sluiten! Ik verheug me erg op Elleke's komst morgen. Ik vind het bizar, dat je om vijf voor half vier kunt afspreken, bijna aan de andere kant van de wereld. :-) |
|
|
Laatste dagen in IndiaVrijdag 6 augustus 2010, 17:45 uur:Route tot nu toe: Mumbai - Udaipur - Kumbalgarh & Ranakpur (beide tijdens een korte stop onderweg) - Jodhpur - Jaisalmer - Amritsar - Dharamsala & McLeod Ganj - Manali en Vashisht - Delhi - Agra - Varanasi Hier links zie je ook een kaart van India, waarop ik met paars de plekken heb aangestipt waar ik dit jaar ben geweest. De donkerblauwe plekken zijn de plekken die ik twee jaar geleden bezocht heb. De route hierboven is tegelijkertijd mijn hele reis door India. A.s. zondagochtend reis ik door naar Nepal. Eerst neem ik de trein naar Gorakhpur (omdat reizen met de trein comfortabeler is), daarna de bus naar de grens, ik overnacht in Nepal in Sunauli en reis dan op 9 augustus door naar Katmandu. Elleke komt daar de volgende dag aan. Ik ben nu voor twee dagen in Varanasi. Net als Agra ligt dit in Uttar Pradesh, de drukste staat van India. Ik heb nar mijn gevoel de afgelopen wee dagen twee keer gezondigd. Gister heb ik bij de pizzahut gegeten, vandaag heb ik in een duur hotel een kaartje voor het zwembad gekocht en in de zon gelegen. Enerzijds is het onweerstaanbaar (al of juist omdat ik in Nederland nooit bij de pizzahut eet), anderzijds lijkt het of er dan ineens slachtoffer ben van een cultuurshock. Ik probeer te genieten van de luxe en van de airco, en ik houd het gevoel dat ik er niet thuishoor. Dat de Indiase bediening - die daar nog meer hun best doen dan anders - misschien wel denken dat k daar thuishoor, vind ik des te vervreemdender. Ik weet niet waarom ik er zo'n big deal van maak om naar de pizzahut of naar het zwembad te gaan, waarschijnlijk omdat mijn eigen tweestrijd me zo in beslag neemt. Het is vreemd om nu voor een van de laatste dagen in India te zijn. Er wachten me alleen nog twee dagen in Mumbai, als ik terugvlieg vanaf Kathmandu. Het is moeilijk je eigen ervaringen te overzien. Ik ben vaak met zo'n reis op zoek naar iets wat er in mezelf gebeurdt. Het is misschien een beetje een cliche, een zoeken naar een authentieke ervaring van een andere cultuur en om door het reizen 'dichter bij jezelf te komen'. De realiteit is vaak dt er zoveel indrukken zijn, dat je vooral bezig bent met het managen van die indrukken, je daarin staande te houden, waardoor het veel meer steeds een directe ervaring is dan een stap terug waarbij je je op je eigen leven bezint. Een man die ik tegenkwam in Delhi beschreef alleen reizen als een oorlog. Daar moest ik erg om lachen. Zo zou ik het niet zien. Ik ben blij dat vooral de prettige ervaringen met mensen me bijblijven en dat ik me minder stoor aan de herrie, de hassle, de ruzie met een richshaw-chauffeur etc. Dat zijn dingen die meer deel uit gaan maken van een routine, gelukkig, wat niet wil zeggen dat je er niet meer moe van wordt. :) Ik heb tot nu toe heel even van het berglandschap kunnen genieten in McLeod Ganj en Vashisht. McLeod Ganj is qua mensen echt een plek om langer te blijven. Het is wel erg toeristisch en het dorp Bhagsu is misschien nog mooier (dat zei Susi, die ik ken van het vrijwilligerswerk twee jaar geleden). De Taj Mahal was erg indrukwekkend. Helaas waren de poorten nog niet open bij zonsopgang, maar ik ben er vroeg heen gegaan. En het is een prachtig stuk architectuur, alles klopt gewoon. |
|
|
Vanuit McLeod GanjZondag 1 augustus 2010, 17:45 uur:Vandaag ben ik twaalf dagen in India. Toen ik dat op mijn vingers natelde was ik verrast. Welke dag van de week het was, was ik de laatste dagen ook vergeten, wat een beetje aangeeft hoe moeilijk het soms is met reizen om je eigen belevenissen overzien. Ik denk dan ook dat het schrijven van de mail me goed zal doen. :-) De route die ik tot nu toe heb afgelegd is als volgt: Van Mumbai met de slaapbus naar Udaipur, waarbij ik een slaapplaats had bovenin de bus. Na twee dagen in Udaipur (een stad die op het het eerste gezicht vriendelijk aandoet, maar waar ik de mensen niet heel prettig en nogal commercieel vond) ben ik via Kumbalgarh, een stadje met een mooi, groot fort dat toen ik er was bijna geheel in mist was gehuld en Ranakpur, met een geweldig mooie Jain tempel van witte marmer, gedragen door 1444 pilaren waarvan er geen twee gelijk zijn (waaraan wel tien Indiers mij hebben herinnerd), naar Jodhpur gereisd. De aankomst in Jodhpur was een desillusie. Het was midden in een monsoon-regenbui, de straten waren vol blubber en alles was grauw en ikzelf was ziek. Ik ben naar een internetcafe gegaan en begon me toen beter te voelen. Een van de leukste dingen in India is stiekem toch met het thuisfront chatten of skypen. ;-) Daarna had ik een leuk gesprek met de eigenaar van het internetcafe, aan wie ik voor de grap mijn headset wilde verkopen die nog in de verpakking zit en die je in India helemaal niet nodig hebt. Hij vond vijf euro te duur, maar vond het erg grappig dat ik met die headset het land doorreisde. De eigenaar van het guesthouse kwam me ophalen omdat ze gingen sluiten. Door de aardigheid van deze mensen ging ik me in Jodhpur ineens heel erg thuis voelen. De volgende dag rustig aan gedaan, omdat ik nu echt ziek leek. Ik heb anti-biotica gekocht, waarmee ik inmiddels klaar ben en ik voel me kiplekker. Ook een voedselvergiftiging heb ik overleefd en het is alsof mijn lichaam nu de overwinning viert, zoveel energie heb ik nu. :-) In Jodhpur heb ik het fort Meherangarh bezocht. Vanaf een berg gaf het een prachtig uitzicht over de stad, waarvan een groot deel van de huizen blauw is geschilderd. Er werden oorspronkelijk verschillende kleuren blauw gebruikt, afhankelijk van de kaste waartoe mensen behoorden. En het blauw doet nog steeds dienst om insecten af te schrikken. Omdat ik nog ziek en moe was moest ik steeds overal gaan zitten, maar ik heb er erg van genoten. Die avond heb ik omeletten op brood gegeten bij de ' Omelette Man' vlakbij de Clocktower in het centrum van de stad. Een vader en een zoon, beiden heel hartelijk, hadden hier samen een kraampje dat in de Lonely Planet goed staat aangeschreven. Per dag bakken ze zo'n 6000 eieren. En de sfeer is geweldig. Ze nodigen je uit te gaan zitten en tussen alle Indiase drukte van koeien en toeterende auto's heb je een gelukzalig moment en een heerlijke omelette. Vanaf Jodhpur ben ik met de ochtendtrein naar Jaisalmer gereisd. Ik twijfelde of ik deze plaats zou gaan bezoeken, maar het leek me toch leuk om wat woestijngebied te zien en een groot fort gemaakt van zandsteen, waarin het grootste deel van de bevolking daar woont. Ondanks de ruige ontvangst op het station met hassle en kamelen-safari-aanbiedingen zoals ik het nog niet eerder had meegemaakt, bleek het een fijne plek om te verblijven en voelde het op veel plekken natuurlijk. Ondanks de vele kraampjes in het gehele fort heb ik het ervaren als een rustige en fijne plek om te zijn. Mijn bike-chauffeur bleek ook een Indier met wie ik het goed kon vinden. Hij had zichzelf via couchsurfers verschillende talen geleerd en het was leuk om met hem op te trekken. We zijn in het dorp van zijn familie naar een feestje geweest war ik andere reizigers ontmoette die dezelfde kant op gingen als ik. Twee gingen echter liften en een ander zou waarschijnlijk dezelfde bus nemen als ik, maar het bleek zo te zijn dat hij al dagen uit deze plaats wilde vertrekken maar er niet in slaagde. Telefoonnummers uitwisselen lukte niet, vanwege het slechte bereik van de Indiase sim-kaarten. Ik ben hem helaas niet meer tegen gekomen. Zelf is mijn reisinstelling iets anders. Ik ben eerder geneigd mezelf met een zweepje achterna te zitten en mezelf weinig rust te gunnen. Vooral in het begin had ik daar erg last van en had ik niet de rust om een boek te lezen. Op momenten waarop ik niks deed kon ik eindeloos voor me uit staren, muziek luisteren of gewoon slapen. En anders was er nog teveel in mezelf wat ik eerst wilde opschrijven, voor er iets bij kon. Ik moest dus steeds vanalles van mezelf en had moeite om me aan het reizen over te geven, en gewoonweg uit te vinden wat dat nu inhoudt. Dat gaat nu beter. Het gaat me nu vooral om het ervaren van waar ik ben, het contact met de mensen, de tijd nemen om dat te verwerken, te schrijven en liefst iets te lezen wat erbij aansluit en wat een beetje verdieping geeft. Wat dat betreft heb ik nu ook een heel mooi boek gevonden: The Snow Leopard. Het is het mooiste boek dat ik in tijden heb gelezen, waarin zowel aandacht voor de mensen, de natuur, de cultuur, het Boeddhisme en de zoektocht van de mens wordne beschreven. Dat vind ik het fijne van reizen. Er zijn dingen die me zo raken (zoals ook verschillende van de Jain tempels die ik heb gezien) dat ik er spontaan gelukkig van word. Er spreekt zoveel betekenis uit. Ik ben op dit moment in McLeod Ganj en vanavond neem ik al weer de bus naar Manali, om in een dorp een paar kilometer verderop (Vashist) een dag te blijven. McLeod Ganj is de verblijfplaats van de Dalai Lama en het is hier heel bijzonder. Ik heb in India al veel aardige mensen gezien, maar nog nooit zoveel bij elkaar en mensen hebben hier ook meer rust. Ik zou graag langer blijven, maar ik moet voortmaken richting Nepal. :-) |
|
|
MumbaiDonderdag 22 juli 2010, 13:15 uur:Ik ben nu voor de tweede dag in Mumbai. Het valt me ontzettend mee! Twee jaar geleden vond ik het heel heftig. Toen ik in mijn hotelkamer was aangekomen had ik nog geen idee van wat in India als een schoon hotel geldt, en hoe verweerd muren en deuren vaak zijn vanwege de moesson. Ik probeerde toen met een extra hangslot - gekocht om mijn backpack vast te maken in de trein - mijn kamerdeur extra te vergrendelen, omdat ik bang was dat ze die van buitenaf konden openen. 's Ochtends werd ik wakker van het gekrijs van kraaien voor mijn raam, waarbij ik me in een halfslaap slingerende apen had voorgesteld. Daarna nam ik een taxitour en durfde ik niet goed zelf de straat op. Omdat ik op de terugweg maar een paar uur in Mumbai ben geweest en gelijk doorging naar het vliegveld, had ik nog steeds de kriebels om me hier te begeven. Maar vanaf aankomst viel het me al mee. Ik was verrast dat ik India zo goed kende. Er leken zoveel sensaties opgeslagen in mijn lichaam (er wordt ook niet voor niets gesproken over de kleuren en geuren hier), zoveel onbenoembare dingen die je ineens weer kunt plaatsen en opnieuw kunt voelen. In plaats van vervreemding, had ik dus meer een gevoel van herkenning. Ik vond het in eerste instantie nog wel spannend om alleen de stad in te gaan. Mijn hostel bleek een hotel te zijn en daar was en Spanjaard met wie ik de stad in ben gegaan. Ik had het gevoel dat hij niet zo lekker in zijn vel zat en hij zei ook wat last te hebben van stress. Hij liep op een manier waarbij hij inderdaad met een soort stress zijn benen hoog optrok, misschien vertrouwde hij de stad ook nog niet zo. ;) Hij was ok maar ook een beetje apart gezelschap, maar het gaf me toch voor de eerste dag een veilig gevoel. Ik draag nu steeds mijn rode, Indiase chudida (excuse the spelling), die je ook op de foto's ziet. Daarmee probeer ik toch iets uit te stralen van 'I've been here before'. Maar zoals ik al zei voel ik me best gerust nu in India. Ik denk dat een groot deel van de stress en de drukte die ik twee jaar geleden gevoeld heb, werd versterkt door hoe zwaar ik het vrijwilligerswerk vond. Ik kan het nu meer over me heen laten komen, zonder dat ik als het ware alle claxons in me opneem. Twee jaar geleden had ik het gevoel dat ik in India alle soorten van moeheid had verkend. Maar ik snap nu ook weer waarom. Door alle weersinvloeden is het of je lichaam de hele dag belaagd wordt. Ik kan ook heel slecht zonder eten hier, ik word er heel moe van. Om het voorlopig zonder koffie te doen is ook wel een uitdaging. :) Ik heb een leuk boek gekocht van Amartya Sen genaamd 'The argumantative Indian', om me straks in de bus in te verdiepen. Om 4 uur vertrek ik richting Udaipur in een slaapbus en ik kom morgenochtend vroeg aan. Ik ben erg benieuwd hoe anders het noorden van India zal zijn. Ik ben nu ook even met Gerrit aan het chatten, dat is erg fijn. Skypen lukt hier nog niet. De plannen zijn verder: nog 1,5 a 2 weken in India. Daarna 3-4 a 4 weken in Nepal, waar ik Elleke op 10 augustus opwacht op het vliegveld! En op 2 september kom ik weer aan in Amsterdam. |
|
|
Istanbul: ready to go!Dinsdag 20 juli, 14:32 uur:Na een vertraagde vlucht kwam ik gister met een shuttlebus die eerst drie rondjes door Sultanamet heeft gereden aan bij mijn hostel en heb daar met oordoppen in best goed geslapen. Voor mijn raam allemaal gezellige plekken met kussens en appelthee maar ik was blij dat ik alleen was en kon gaan slapen. Mijn eerste kamergenoten kwamen pas om 5 uur 's ochtends. Vanochtend heb ik een hostel opgezocht in Mumbai en alle informatie genoteerd, zodat ik vannacht in Mumbai tegen de chauffeur kan zeggen dat ik zeker weet dat het bestaat en dat ik geboekt heb. Dat laatste is niet waar. Maar desnoods blijf ik wel op de bank zitten als ik daar om 5 uur morgenochtend aankom. :) Ik had nog een paar uur om door de stad te lopen... steeds met een soort kriebels en spanning in mijn lijf in afwachting van wat er gaat komen... vooral in Mumbai. Over de controlfreak gesproken Vera, die is bij mij net ontwaakt :) Maar straks in het vliegtuig ga ik die sussen met de Lonely Planets van India en Nepal (samen ongeveer een kilo!). Als ik zo door de stad loop begin ik mezelf allerlei vragen te stellen. Wat verwacht ik van reizen? Wat voor contact zoek ik met mensen, met de lokale bevolking? Wat raakt me nu echt? Het zijn alweer teveel gedachten, ik ga proberen het gewoon te ervaren. Spannend. Het voelt als een open vlakte die ik tegemoet treed, die zich morgen zal vullen vol indrukken, mensen, geuren, kleuren en claxons. |






















































